almapost.nl

Columns

Toepasselijk en toch leuk

1-6-2026

Valse waarheid; De misstap; Een misstap; Dwaling; Fatale vrouw.
Wat zijn dat?
Een paar van de tientallen titel-ideeën die ik heb voor mijn nieuwe boek dat hopelijk in het najaar uitkomt.
Er moet iets van schuld en onschuld inzitten. Daarmee kom je vanzelf dicht bij beroemde titels als Schuld en Boete (tja) of kortweg Schuld. Klinkt pittig, is geschikt voor een roman, een thriller of een jeugdboek, en als zodanig al heel vaak gebruikt. Valt dus af.
Maar wat dan?

Ik raadpleeg een deskundige op titelgebied. Cathelijne Esser van Not Just Any Book.
Zij schrijft: Een goede titel is gemakkelijk te onthouden. Zo’n titel is niet per se kort. Lange titels kunnen eenvoudig te onthouden zijn, en korte titels moeilijk. Korte titels zijn bijvoorbeeld moeilijk te onthouden als ze te algemeen zijn.

Dat knoop ik in mijn oren. Ik probeer terug te denken aan boektitels die ik goed vond.
My summer with George van Marilyn French. De titel is geslaagd omdat hij duidelijk is, goed te onthouden en iets oproept. (Namelijk: wie is George, en wat gebeurde er in die bewuste zomer. Waarbij ik natuurlijk mijn eigen culturele bagage meebreng: ik denk bij een vrouwelijke auteur meteen aan een al dan niet mislukte liefdesrelatie). Hoeft niet. Weet ik. Maar zo werkt dat.

Een andere geslaagde titel vind ik Grand Hotel Europa (Ilja Leonard Pfeijffer): goed te onthouden, en beloftevol. In dit hotel staat iets te gebeuren! Ook hier speelt cultuur een rol: iedereen, nou ja, bijna iedereen, die opgroeit in een redelijk rijk westers land heeft meteen beeld bij een Grand hotel, ook al heb je er zelf nog nooit geslapen.

De leukste titel die ik ooit tegenkwam was No Sex Please, We're British een toneelstuk van Alistair Foot en Anthony Marriott uit de jaren ’70. Een klucht over een jong stel dat onbedoeld geconfronteerd wordt met een lading porno op een computer. Het stuk bereikte 6500 voorstellingen. Alweer speelt cultuur een rol. De grap komt alleen aan bij mensen die gevoel hebben voor de seks-neurose die het woord ‘British’ oproept.

Natuurlijk zijn er ook vreselijke titels, die je ontmoedigen om het boek zelfs maar te openen. Ik noem ze niet. Nou ja, eentje. Een oude. Ik Jan Cremer. Zoveel ik-gerichtheid trek ik niet. Zal aan mij liggen.

Maar ook een van mijn meest bewonderde auteurs, Elizabeth George (wie heeft zulke aantrekkelijke personages bedacht als Linley en Havers) vind ik een ramp op titelgebied.
Welke van haar 21 Linley/Havers boeken gaat bijvoorbeeld schuil achter: Iets te verbergen (Something to Hide)? Achter: Een duister vermoeden (Believing the Lie)? Achter: Afrekening in bloed (Payment in Blood)?

En zo zou ik door kunnen gaan.
Verzint George die titels zelf, of denkt haar uitgever Doe maar wat, iets met bloed ofzo, verkoopt toch wel zolang haar naam erop staat. Ik vrees het laatste.
Helaas gaat die vlieger bij mij niet op. Ik moet een aansprekende titel hebben, die iets doet vermoeden over de inhoud, maar die niet al te algemeen is … kom er eens om.
(Wordt vervolgd.)

Tip voor verlegen lezers

30-9-2025

Het is al een oud boek, Getting it right (1982), maar ik vond het in mijn kast en was verkocht. Het was na zijn verschijnen een succes en werd in 1989 verfilmd. Elizabeth Jane Howard schreef het een paar jaar vóór ze aan de vijfdelige Cazalet-serie begon, die haar nog beroemder maakte.

Elizabeth Jane Howard (1923-2014) verstaat de kunst diep in personages en situaties door te dringen, met originele middelen. In een eerdere roman The long view beschrijft ze een fout huwelijk vanaf het eind, de scheiding, terugreizend naar het begin, de bruiloft – zodat je eindelijk eens antwoord krijgt op de vraag waarom deze aardige vrouw in godsnaam met die vreselijke man heeft kunnen trouwen. Je snapt dat dan toch, ergens.
(Andersom komt ook voor, hoor, beslist, maar in dit boek ligt de verdeling tussen de seksen zoals vermeld).

Getting it right beschrijft een paar maanden uit het leven van de 31-jarige Gavin. Hij woont nog bij zijn ouders in een Londense buitenwijk, werkt al sinds zijn 17e in dezelfde kapsalon, is nog maagd, en erg verlegen. Dat zou misschien saai kunnen zijn, een leven waarin niets gebeurt, maar Gavin is het ultieme voorbeeld van een verlegen mens met een boeiend innerlijk leven. Waarmee hij menige vrijpostige extravert de loef afsteekt.

Niet alleen is hij belezen en een muziekkenner, waardoor hij zich in zijn eentje prima kan vermaken, hij heeft ook oorspronkelijke gedachten. Zo leeft hij met een schrikbeeld dat hij The ladder of fear noemt. Op deze ladder staan sociale acties die hem angst inboezemen, in toenemende mate van ergheid. Onderaan de ladder staat contact met bekenden. Bovenaan: contact met één onbekend mooi meisje. Een stille wens die naar zijn eigen verwachting nooit in vervulling zal gaan.

Het leuke is dat hij zijn probleem zo openhartig behandelt. Dat geldt ook voor zijn nachtelijke (erotische) fantasieën rond sprookjesachtige meisjes die hij ergens in de natuur ontmoet. Dat is het bijzondere van Elizabeth Jane Howard, zij benoemt alles, en breekt daarmee een van de heilige regels van het schrijven: geef de lezer ruimte om zelfs iets aan te vullen.

Zoals andere heel goede schrijvers kan ze zich dat veroorloven. Ze zou een meedenkende lezer zelfs niet kunnen gebruiken, want zo grappig en inventief als ze zelf is, is bijna niemand. Dat talent bezitten maar weinig schrijvers. In Nederland denk ik dan aan Annie Schmidt, aan Gerard Reve en meer eigentijds aan Paulien Cornelisse.

Is het altijd een kwestie van humor? Deels wel, maar zeker niet alleen. Gavin is ook origineel bij serieuze zaken. Hij kampt met een zus die hem een vriendin van haar wil opdringen, en met zijn moeder, een burgerlijke vrouw die de theepot in een gehaakt jasje kleedt, en op de meest ongelegen momenten zijn zolderkamer binnenkomt.
En het kan nog erger: Gavin wordt een paar maal slachtoffer van zijn (té) grote empathische vermogens, en moet zichzelf uit de nesten werken van iemand die misbruik van hem wil maken, wat bepaald niet grappig is.

Maar eind goed al goed. Het boek eindigt hartverwarmend.
(Helaas niet in het Nederlands vertaald, maar het is geen moeilijk Engels.)

Lord Linley en Barbara Havers.

7-10-2024

Bij de schrijfopleiding waar ik werkte, Scriptplus, leerden wij de cursisten dat té veel uitleg, té veel adjectieven, té veel details fout waren. Schrappen, dan wordt je tekst een stuk beter. Leuke oefening voor beginnende schrijvers: maak een tekst van één A4, schrap vervolgens 20 woorden, en verbaas je over het effect.

Toch zijn er uitzonderingen op deze gulden regel, en dat zijn nou juist de werken van topauteurs. Best verwarrend. Als je echt heel goed bent kun je de regels aan je laars lappen. Zie Tsjechov, zie Annie Schmidt, zie Elizabeth George, de schepster van onder andere de detectiveverhalen rond inspecteur Linley en sergeant Barbara Havers, over wie ik het nu even wil hebben, omdat ik voor de tweede maal weg van haar ben.

In de nu 21 Linley-romans van Elizabeth George is het moordmysterie ondergeschikt aan de psychologische ontwikkelingen van de personages. Het moordplot is handig, natuurlijk, want hoe krijg je anders je personages van A naar B, maar het gaat bij Elizabeth George om de met grote precisie neergezette mensen uit verschillende culturen op verrassende locaties. En daarbij laat ze weinig onbenoemd. Ook een bijfiguur krijgt een geschiedenis, ook van een straat die éénmaal voorkomt wordt de sfeer beschreven. Soms is het wat veel, het maakt haar boeken erg dik, maar het is altijd knap en precies gedaan, met een verbluffend oog voor het juiste detail.

Tweede breuk met regels voor goed schrijverschap: ze leent vrijmoedig bij de kasteelroman, of zo je wilt bij sprookjes over prinsen op witte paarden. En dat wordt bij haar niet plat of goedkoop, maar ongelooflijk spannend en erotisch. Naast Lord Linley, geboren op een landgoed, met perfecte manieren, en ook nog oogverblindend knap, zet ze Barbara Havers, slordig gekleed, rokend, en uit een simpel milieu. Linley kan alle dames krijgen, Barbara is alleenstaand, en ‘hoopt dat ze wijs genoeg ik om niet verliefd op hem te worden’ (Careless in red).

Ze ‘hebben’ niets, maar toch vormen deze twee collega’s een romantisch duo. Hij zorgt voor haar als ze bijna ontslagen wordt, zij is bezorgd om hem na de tragische moord op zijn vrouw. Zij is vrijmoedig met woorden en erg geestig, wat hun detectivewerk ten goede komt, hij leest haar de les als ze te ver gaat. Het is veel, bijna té veel, voor een puur collegiale relatie.

En daar toont Elizabeth George weer haar ongelooflijke schrijverschap. Ze schrijft een intens emotionele alinea, scheert langs de sfeer van de kasteelroman, maar tilt haar tekst boven dat niveau uit, waarmee ze een schitterende scène schrijft.
Hij staat aan het eind van The punishment she deserves, Ik neem hem even helemaal over, eerst in het Engels, dat zo mooi is met al die ontkenningen. De Nederlandse vertaling staat eronder.

Thomas Linley heeft Barbara Havers de les gelezen over iets doms wat ze wilde gaan doen. En dan schrijft Elizabeth George dit:
Don’t you bloody throw your lordshipness at me. She wanted to say, You don’t know me, you don’t know anything, you don’t know what’s inside me and you’ve never known.
Only…that wasn’t the reality, was it. That had never been the reality. Thomas Linley knew more than anyone ever gave him credit for, and what he knew better than anything else was the nature of her struggle and she knew he knew this for the simple reason that he never mentioned is, ever, even now. He spared her that. He had always done so.

(Vertaling van mij: Doe niet uit de hoogte tegen me, wilde ze zeggen. Je kent me niet, je weet niet wat er in me omgaat, en je hebt dat ook nooit geweten.
Alleen … dat was niet waar. Dat was nooit waar geweest. Thomas Linley wist meer dan je dacht, en wat hij beter wist dan wat dan ook was de impact van haar innerlijke strijd en ze wist dat hij dat wist om de eenvoudige reden dat hij er nooit over sprak. Nooit, zelfs nu niet. Hij bespaarde haar dat. En dat had hij altijd gedaan
.)

Wat een man, wat een vrouw die daar vrolijk bij blijft, en wat een schrijfster. Door veel benoemen, en tegelijk veel weglaten, zet Elizabeth George een ontroerende scène neer, die perspectieven biedt, maar die de gedachtestroom van de lezer niet stopt. Het is geen Cinderella, zelfs geen Downton Abbey. En als Elizabeth George ooit zou besluiten tot een boek waarin ze de sociale kloof tussen de twee detectives slecht, en een liefdesrelatie laat ontstaan, werd het geen kasteelroman. Niet in de handen van deze auteur.