almapost.nl

Over mijzelf

Burgerlijke schemerlamp

29-7-2022

Ik herlees een boek van Barbara Pym, No fond return of love (1961), en denk aan de tijd waarin ik samen met buurmeisje E., ook 16 jaar oud, het huis bespiedde van de achterbuurjongen op wie ik verliefd was.

E. was niet verliefd, maar ze hielp me met speuren, en schoof, zo zacht dat mijn ouders het niet merkten, briefjes in onze bus met teksten als: er staat een burgerlijke schemerlamp naast de bank.
Wat was ik verguld met alles wat zijn ouderlijk huis betrof. Het was van groot belang. Alsof ik door die kennis dichterbij hem kwam.

In het boek van Barbara Pym doen twee vrouwen iets vergelijkbaars. Ze zijn verliefd op dezelfde man, en putten genot uit het onderzoeken van geheimenzinnige zaken, zoals de vraag aan welke kerk de broer van de knappe Aylwin is verbonden, en hoe het hotel, dat zijn moeder drijft, eruitziet. Dat gaat allemaal niet vanzelf in 1961. En aangezien Barbara Pym het schreef is de zoektocht geestig en spannend als betrof het een detectiveverhaal.

Het roept de gedachte op: hoe jammer dat internet een groot deel van deze pret heeft bedorven, nu je alles over iedereen met een paar muisklikken kunt uitzoeken. Nooit meer barstend van voorpret op de post wachten, die een foldertje van een hotel zal brengen, nooit meer via via proberen om achter kostbare gegevens te komen over een broer, en je hart voelen opspringen als ook hij heel knap wordt genoemd.
Een gemis. Toch wel. Maar No fond return of love blijft, en ik vind het een aanrader.

What’s in a name?

5-7-2022

Toch wel heftig. Mijn boek in wording wordt gelezen door de eerste manuscriptlezer. Alles open en bloot dus, het emotionele onderwerp – het verlies van een echtgenoot –, de onalledaagse (denk ik) manier waarop ik het uitwerk, en alles wat er wellicht raar aan is.

Om de tijd van wachten op zijn oordeel zinvol in te vullen ben ik meteen aan een volgend boek begonnen. Dat kan ik iedereen aanraden, als je boek ergens ligt te wachten op iets: zet een nieuwe roman op! Een boek beginnen biedt vrijheid, je kunt weer alle kanten op.

Min of meer. Want de inperking begint meteen al. Neem het bedenken van namen voor je personages. Wat kan er veel niet! Ik gebruik liefst geen naam van iemand die ik ken, dat is me te bepalend, en ik wil een naam hebben die het karakter al een beetje uitdraagt. Bestaat dat? Ik verbeeld me van wel. En wat doe je met een minder sympathiek, of zelfs krengerig, personage? Het leukste antwoord op die vraag kreeg ik een keer van een andere schrijver, die zei: 'een naam met een uu erin'. Wat me onzin leek, want er zijn genoeg leuke namen met die letters, maar hulde voor zijn reactie!

Recensie De moeder van Vera

19-3-2022

De onvolprezen blog-recensente Mieke Schepens schreef op haar site Graag Gelezen een recensie van De moeder van Vera. Lovend en met de altijd verrassende aanpak van Mieke Schepens, die nooit het gebaande pad volgt maar altijd origineel en zelfstandig denkt.

Een fragment uit haar tekst:

Moeder Marga is nogal zelfzuchtig en dat is moeilijk om mee om te gaan voor haar kinderen. (…) omdat een narcistische moeder twee gezichten heeft: één voor als ze met jou samen is en één wanneer er anderen bij zijn. Ze kan naar anderen overkomen als een lieve vrouw, maar dat is schijn. Zij neemt een rol aan, zet een masker op naar de buitenwereld. Anderen zeggen tegen Vera: jij hebt zo'n aardige moeder. Daar valt voor Vera moeilijk tegen te vechten, maar ze geeft niet op. Wanneer haar eigen dochter slachtoffer van haar oma dreigt te worden, is voor Vera de maat vol. Ze doet wat ze moet doen.

Recensie op graaggelezen.blogspot.com

Ik was enig kind en ik woonde ver van school. Ik kon zelden bij iemand spelen, of een vriendinnetje meenemen, dus ik speelde veel alleen. Hoewel de meeste meisjes het in die tijd stoer vonden om met 'jongensspeelgoed' te spelen, was ik een echte meisjes-speelster. Poppen in allerlei formaten waren mijn lievelingsspeelgoed. Daar maakte ik verhalen over, niet op papier, maar in gedachten.

In de vijfde klas, de tegenwoordige groep 7, kwam ik helemaal achterin de klas te zitten naast Hella, die ook graag verhalen maakte. Het was een Montessorischool, dus je mocht 'zelf werken'. Dat bestond bij Hella en mij uit het schrijven van een boek, in een schoolschrift. We lieten de hoofdstukken aan elkaar lezen. Mijn boek ging over een groot gezin dat in een plaatsje in Zwitserland woonde, Vevey. Ik had dat op de atlas geprikt, omdat ik het zo'n mooie naam vond.

Toen ik volwassen was schreef ik jarenlang over toneel voor diverse kranten. Een enkele maal probeerde ik een verhaal te schrijven. Ik heb ook wel eens iets opgestuurd naar een wedstrijd, maar niet gewonnen. Terecht, achteraf, want die eerste verhalen waren saai geschreven. Ik had te weinig moeite gedaan om het vlot leesbaar te maken.

Dat ging ik pas doen toen ik 'echt' ging schrijven. Ik kwam er langzaam achter dat schrijven gewoon veel moeite kost. Je moet bereid zijn het steeds weer over te doen. Er kan ook een moment komen waarop je je eigen boek helemaal niet leuk of spannend meer vindt. Dan moet je nog eens kijken en er nog eens over nadenken. Ineens zie je het dan weer, en breng je de laatste laag aan. Daarin voeg je soms nog iets toe, waardoor het boek net even wat meer betekenis krijgt, of lekkerder leest. Mijn eerste boek dat werd uitgegeven, ging over twee kinderen die hun vader verliezen. De uitgever die het nam vond mijn schrijfstijl mooi, wat voor mij een stimulans was om daar nog beter op te gaan letten.

De laatste jaren besteed ik ongeveer de helft van mijn werktijd aan schrijven. De andere helft gaat naar lesgeven. Ik geef onder andere les in kinderboekenschrijven bij schrijfschool Scriptplus in Amsterdam.