almapost.nl

Schrijfdagboek

Een aardige Vlaming

26-4-2018

Wij verbleven twee nachten in een hotel in Den Bosch. Prima kamer, groot terras beneden, redelijk wat lawaai ’s avonds, want het was een warme aprilweek. ’s Ochtends bij het ontbijt waren er drie hotelgasten, mijn vriend en ik, en een man alleen.

Iemand alleen intrigeert. Ik scan hem of haar altijd meteen op mogelijke eigenschappen als personage. Maar deze man leek daar te doorsnee voor. Gemiddelde lengte, dikte, leeftijd, en een gezicht dat in een roman van Couperus passabel genoemd zou zijn. Op zoek naar borden onder de zelfbedieningsbalie raakten wij met hem aan de praat. Hij bleek een Vlaming (hoera). Tijdens ons korte onderhoud leerden we dat hij zakenman in ruste was en om die reden ook veel in Nederland had gereisd.

Nadat we, aan ver uit elkaar gelegen tafels, hadden ontbeten, wensten wij hem een goede dag, en vertelden voor de gezelligheid dat we een museumbezoek hadden gepland. Hij niet, hij ‘zou iemand ontmoeten.’ Wie zei hij niet, en vroegen wij niet, uiteraard. Maar wat voor iemand moet zo’n gepensioneerde zakenman nu ontmoeten? En waarom was hij alleen? Was hij net gescheiden, net weduwnaar geworden? Een dappere nieuwe alleen-gaande die vandaag een ex-zakenpartner zou ontmoeten, of een lid van zijn postzegelclub?

De volgende ochtend aan het ontbijt was hij weer present. Hij kwam aan het tafeltje pal naast het onze zitten, hoewel de zaal verder leeg was. Er ontspon zich een typisch Vlaams-Nederlands gesprek, over onze zuinigheid en hun tweetaligheid. Hij leek een aardige man. En hij noemde voortdurend zijn vrouw. Die had hij dus wel. Zij hield van André Rieu, ze was geboren in het dorp waar ze nu nog woonden en ze durfde sinds de aanslagen niet meer in de Brusselse metro. Maar waarom ze hem niet vergezelde bleef onduidelijk.

Omdat we tijd over hadden, zaten we na het ontbijt in de zon op het terras van het hotel. Even later kwam onze vriend, want zo voelde hij intussen, ook het terras op. Gevolgd door een vrouw. Ik schoot half overeind in de veronderstelling dat hij de net gearriveerde echtgenote, waar zijn mond immers van overliep, zou voorstellen. Maar dat gebeurde niet. Hij keek schichtig onze kant op, en koos een tafel ver van de onze. Het duurde even voor mijn kwartje, of mijne frank, viel. Zijn vriendin! Meteen zag ik het verhaal en de mogelijkheden voor me. Getrouwde vrouw met alleen overdag gelegenheid, als haar man werkte. Daarom het hotel. Wat had hij thuis voor smoes opgehangen? En, raadsel der raadselen, waarom had hij ons zo nadrukkelijk over zijn vrouw ingelicht?

De man werd van aardig-maar-doorsnee ineens boeiend. Een personage uit een verhaal van Tsjechov, op zijn minst. Een man met merkwaardig, maar toch ook begrijpelijk en subtiel, gedrag. Die bij twee Nederlanders was gaan zitten, en daar de trouwe echtgenoot had uitgehangen die niet kon stoppen met praten over zijn vrouw. Hoe meer wij belangstellend hadden geluisterd, hoe kleiner zijn schuldgevoel was geworden. Wij hadden zijn frivoliteit gesanctioneerd.

Vorig berichtVolgend bericht