almapost.nl

Schrijfdagboek

Een vrouw over een man

20-2-2018

Ik had weinig zin om naar het feestje van een vage vriendin te gaan, maar wegblijven was ook zo wat. Er zouden nauwelijks bekenden zijn, want de vriendin en ik waren elkaar een beetje uit het oog verloren, en ik was niet in de stemming voor nieuwe contacten. Mopperig fietste ik erheen, denkend aan alles wat ik had kunnen doen als ik niet…

Hoe kan je je soms vergissen. Na het handen-schud rondje in de volle kamer kwam ik op een bank terecht naast een forse, zwartharige vrouw van, zeg, zestig. Ze droeg een schipperstrui en een grijze broek, wat me nogal warm leek. En ze vroeg me zonder inleiding of ik de Cazalet-serie van Elizabeth Jane Howard had gelezen. Ze keek erbij alsof ze na een ‘nee’ van mij meteen zou vertrekken, maar gelukkig had ik de vijf boeken net uit. Haar gezicht klaarde op, ze leek ineens een stuk jonger, boog wat naar me toe, en fluisterde hard: ‘X is mijn favoriet. Wat een man, X.’ (In werkelijkheid zei ze de echte naam, maar die laat ik even weg voor mensen die de boeken nog willen lezen.)

‘Y is ook een leuke man,’ wierp ik tegen. ‘En wat er met hem gebeurt is enorm spannend. Ik heb nooit de neiging om vooruit te bladeren in een boek, maar na de gebeurtenissen rond Y had ik dat wel.’ De vrouw knikte toegeeflijk. Ja, dat was spannend. ‘En de meisjes, A en B,’ vervolgde ik, ‘ze zijn zo leuk openhartig, en Z, ook zo’n sympathieke man. Rechtschapen en gevoelig. Echt een schat.’

‘Allemaal waar, maar ik ben gewoon verliefd op X.’ De vrouw trok de rits van haar schipperstrui open en vouwde de rolkraag naar beneden. ‘Gek hè?’ zei ze, ‘iemand uit een boek!’ Ik dacht aan de scènes met X, een vrijbuiter die op het eind van deel vier een verrassende hechte relatie aangaat, waarvan de emotionele impact door Elizabeth Jane Howard met gevoel voor detail en voor de kleinste rimpeling in zijn gedachten is beschreven.

‘Elizabeth Jane is gewoon verbazend goed in het beschrijven van mannen,’ zei ik, ‘is dat het niet?’ Ik noemde de aardige Z en zijn overspelige broer Q, die als jongens van nauwelijks achttien in de eerste wereldoorlog hadden gevochten. De leuke jongere broer Y en de inderdaad verbazende X. Een aantrekkelijke kunstenaar, empathisch tot op het bot, en toch een echte man. ‘Kan het niet zijn,’ vroeg ik ‘dat Elizabeth Jane ook een oogje op X had?’

De vrouw naast me keek me misprijzend aan. ‘Als dat zo was,’ zei ze, ‘als dat zo was, dan heeft ze toch minder van hem begrepen dan ik.’ Ik probeerde niet te lachen. Daarvoor keek ze te serieus, heilig bijna. ‘Waarom denk je dat?’ vroeg ik zo neutraal mogelijk. ‘Ik weet wat hij gedaan heeft in de jaren die Elizabeth Jane niet beschrijft,’ zei ze, ‘hoe hij daar kijkt, praat en handelt.’ ‘Maar dat is toch de verdienste van Elizabeth Jane Howard als schrijfster?’ wierp ik tegen. De vrouw met het zwarte haar schudde heftig van nee. Haar stem daalde een paar maten. ‘We horen bij elkaar,’ zei ze. ‘Hij en ik. Hij houdt ook van Holbein en van Van Gogh. We zijn zielsverwanten. Ik kan hem uittekenen, in zijn schipperstrui en zijn grijze flanellen broek.’

Vorig berichtVolgend bericht