almapost.nl

Schrijfdagboek

O ja, je boek…

16-11-2017

Ik ging uit eten met twee mensen die ik een paar maanden niet had gezien. We spraken geanimeerd over het leven en vooral over onze eigen levens, maar al die tijd ging het gesprek niet over mijn nieuwste boek, Mijn vrienden en ik. Dat ze wel bezaten, dat wist ik. Ook als het gesprek gevaarlijk dicht naar het onderwerp boek toe laveerde, en bijvoorbeeld over het wel en wee van mijn uitgeverij ging, zei geen van beiden dat ze het boek gelezen hadden en dus ook niet hoe ze het vonden.

Mijn vrienden en ik viel ze tegen en ze willen me sparen door erover te zwijgen, was mijn eerste gedachte. Mijn tweede was: zal ik ernaar vragen? Maar wat als ik dan te horen krijg ‘O ja, je boek. Sorry, ik zeg het maar eerlijk, ik had er weinig mee.’ Ik zou dat niet leuk vinden, uiteraard. Maar ook niet heel erg. Eerder zou ik verbaasd zijn, omdat de meeste lezers anders oordelen. En dan was de kogel tenminste door de kerk en konden we er wellicht zinvol over praten. Nu zat ik steeds te vrezen voor dat ene pijnlijke moment, de ongemakkelijkheid. ‘O ja, je boek...’ Het onderwerp leek in de lucht te hangen, en wij keken de andere kant op.

Maar hing het voor hen wel in de lucht? Ik las en hoorde in diezelfde week twee intrigerende uitspraken. De ene was van Beatrijs Ritsema, de gevierde raadgeefster van dagblad Trouw (op 4 november 2017). De meeste uitlatingen van de meeste mensen zijn volstrekt onbelangrijk. Ze zeggen maar wat om iets te zeggen. Ritsema voegde eraan toe dat dat mensen hun uitlatingen een week later vaak alweer vergeten zijn. Een andere uitspraak, ik weet niet meer van wie, maar ook interessant: de meeste mensen hebben helemaal geen mening over een boek, en zijn zeker niet in staat die te formuleren.

Ik vond meteen dat beide opmerkingen klopten, maar niet voor de mensen met wie ik omga. En zeker niet voor de talrijke lezers die mijn boek goed vonden, en er boeiende dingen over hebben gezegd. Maar toch. Gaandeweg begon ik me af te vragen of de twee mensen in het restaurant, met wie ik over van alles sprak, behalve over mijn boek, tot een van deze categorieën behoorden. Waren ze hun mening over mijn boek soms allang weer vergeten, terwijl ze druk zaten te praten over hun levens, hun moeder, hun jeugd, mijn uitgeverij? Of, andere mogelijkheid, hadden ze gewoon geen oordeel over mijn boek, en waren ze dus niet in staat er iets zinnigs over te zeggen? Reden waarom ze het liever vergaten te noemen? En, nieuw inzicht, zeg ik zelf altijd iets over iemands prestatie of trots? Ja, beslist, was mijn eerste reactie. Ik besteed altijd aandacht aan iemands boek, of schilderij. Maar bij dingen die me minder interesseren? Iemands nieuwe auto, of nieuwe keuken? Oei.

Vorig bericht