almapost.nl

Schrijfdagboek

Wat maakt een opening goed?

The Mennyms moederziel alleen

15-05-2012

De vijfde versie van Huizen ligt bij een manuscriptbeoordelaar, en ik drijf langzaam weg van het boek. Toen ik het manuscript afgaf op het postkantoor had ik het vaste voornemen om de dag erna een lijst van tientallen titels op te stellen, in de hoop op de beste te stuiten, maar er is niets van gekomen. Misschien moet ik wachten tot ik het commentaar verwerk. Je verlangt naar een plotselinge ingeving, waarbij je zomaar tegen een titel aanloopt, maar helaas is dat bij Huizen nog niet gebeurd. Er komt veel bij kijken. De goede titel moet niet alleen de lading dekken, of in ieder geval enigszins, maar ook lekker in het gehoor liggen, geen vervelende associaties oproepen, niet op een al bestaande titel lijken.

Met mijn cursisten bestudeerde ik een paar eerste bladzijden van kinderboeken. Het is erg leuk om te zien welke opening ze eruit halen als de beste. Dat zit hem natuurlijk in de wil en de weerstand: kun je al vermoeden dat er van alles gaat gebeuren in dit boek, simpel gezegd: wil iemand iets wat niet meteen kan? Maar het was verbazend hoe ook de stijl, het zinsritme, de sfeer bijdroegen aan onze uiteindelijke bewondering voor één van de kandidaten, en duidelijke winnaar van ons experiment. Het betrof een deeltje in de onovertroffen Mennyms serie van Sylvia Waugh. Vertaald uit het Engels. De Mennyms zijn mensgrote lappenpoppen, die tot leven zijn gekomen en proberen te overleven als mensen, met alle complicaties van dien.

Waugh opent met een scène waarin de grootouders van de familie optreden. Sir Magnus, de pater familias, ligt lusteloos in bed, zijn vrouw Tulip draaft ijverig huishoudend om hem heen. In enkele woorden roept de schrijfster de slaapkamer op, de sfeer buiten op straat, en de gevoelens van sir Magnus, die worstelt met de vraag ‘’Wie zijn wij?’’ Tulip heeft geen last van existentiële twijfel. Zij weet wat ze is: huisvrouw, moeder en echtgenote en bovendien een handige zakenvrouw dit via internet met haar kledingontwerpen geld verdient. Binnen één bladzijde weet Waugh deze twee figuren, die uit niet meer dan gekleurde lapjes bestaan, te karakteriseren. De passages waarin we door de ogen van Magnus kijken zijn langzaam, gedragen, een beetje ouderwets van woordkeus. Zodra we naar het perspectief van Tulip switchen wordt het ritme sneller, de woorden korter en energieker. Zo moet je schrijven, of het nu om een kinderboek over lappenpoppen gaat, of over een volwassenenroman. Het loont om over ieder woord na te denken, passages meerdere keren over te doen, pas dan bereik je dit resultaat waarin alles bijdraagt aan het genoegen van de lezer.

Vorig berichtAlle berichtenVolgend bericht